Night of Light, het lichtjes feest in de Domkerk van Utrecht

Je komt een kerk binnen waar minstens 1000 waxine lichtjes branden in een verder pikdonkere kerk. Tegelijkertijd wordt er aangenaam rustige muziek gespeeld. Mensen schuifelen de kerk binnen en gaan zitten of keren terug naar buiten na tot het altaar te hebben gelopen.

In de kerk bestormen me honderd vragen die me doen twijfelen.

Heb ik het echt nodig om ’s avonds naar een kerk te gaan waar meer dan duizend kaarsjes branden?
En wat zoek ik daar dan? Schoonheid, vrede, rust, stilte?

Wat is er met me aan de hand dat ik naar lichtjes in de kerk moet gaan?

Komt het door mijn gevecht met de duivels die oorlog uitlokken en mensen aanzetten en ophitsen om elkaar te vermoorden? Kan ik daardoor geen vrede meer in mijn hart voelen?

Die vrede is daar, zoals ieder mens die heeft in zijn bonkend hart.

Toch is deze vaak voor mij onbereikbaar door mijn eigen onvrede en door de oorlogen die ik met mijzelf voer. God van het licht, ik laat u te weinig toe in mijn leven vol van onvrede en verzet.
Oorlogen zijn de bewijzen van massale onvrede, die tal van onschuldige slachtoffers vraagt.

Vrede is het bewijs van liefde die er ook is en die ieder mens kan vervullen van geluk.
Kan ik makkelijker bij bij de vrede komen in een kerk met 1000 brandende kaarsjes? Durf ik er dan wel in te geloven, terwijl ik het ontken bij het zien van onzinnige moord- en gruwelpraktijken?

Hoeveel bewijs heb ik nog nodig, voordat ik geloof dat vrede in mijn hart kan schijnen?

Waarom durf ik niet verder te leven in het vertrouwen dat alles goed is en dat veel mensen nog lang niet klaar zijn om die vrede toe te laten in hun hart?

Dan zal er wereldvrede zijn.

Tot die tijd moeten we blijkbaar vrede leren ontdekken via zijn tegenpool oorlog en conflict.