Categorie: Vrede

Vrede

Wat zou het mooi zijn als ieder mens vrede met zichzelf zou hebben. Dan zou er geen enkele reden meer zijn tot oorlogvoeren of elkaar pijn doen. Een goed gevoel over jezelf verdringt namelijk iedere behoefte om iemand anders te kwetsen.

Wanneer wij,  alle 7 miljard mensen, zich met onszelf bezig zouden houden, in plaats van met anderen of situaties de schuld te geven van het slechte gevoel dat we over onszelf hebben, dan is er geen enkel conflict meer op aarde.

Dan is er vrede.

Ieder jaar met kerst staan de meesten van ons daar bij stil. Bij vrede op aarde. Helaas laten we ons snel daarna weer meevoeren door de stroom van afleiding en excuses, waardoor we ons met die vrede niet meer bezig houden. We hebben wel iets beters te doen: we moeten boodschappen doen, werken, geld verdienen, kinderen opvoeden, tv kijken, gamen, naar het schaatsen kijken, enzovoort.

Dan raken we ver bij onszelf vandaan. Meestal is er ook geen vrede.

Toch ligt de vrede om de hoek. Naast je hart of er helemaal in. Klaar voor het grijpen.

We hoeven er niet voor naar fantastische bestemmingen met blanke stranden. We hebben evenmin de hoofdprijs in de staatsloterij nodig. Sta er gewoon bij stil. Wees stil en luister naar het kloppen van je hart. Het vraagt om rust en stilte zodat je de ware behoeften van je hart waarneemt.

Deze behoeften zijn zo simpel. Zo gewoontjes, maar o zo mooi en schoon.

Het is de vrede, waarvoor Boeddha onder zijn boom ging zitten om zich af te vragen waar het lijden van de mens vandaan kwam. Wel, het komt uit zijn eigen hart. Het komt van dezelfde plek waar ook vrede woont.

Steeds hebben we de keuze om te kiezen voor vrede of voor lijden. Wij sturen de boot. Wij kunnen iedere keer weer die keuze maken. Daarvoor hoeft het echt geen kerst te zijn……

 

De rust van een begraafplaats (2)

Een kerkhof is voor mij de ultieme rustplaats voor een dolende ziel, voor een mens die doorgaans gevangen zit in de hectiek van het dagelijkse leven. In mijn zoektocht naar vrede stuit ik op rust. Ik vraag me af of rust misschien het voorportaal van vrede kan zijn.

Daarom zit ik op de begraafplaats. Deze plaats maakt mij niet verdrietig of neerslachtig. De dood is voor mij even natuurlijk en vanzelfsprekend als het leven zelf. Dood betekent voor mij een volgende levensfase. Daarom geloof ik niet dat de dood mij rust kan geven als ik deze in mijn leven nog niet gevonden heb. De dood is immers een voortzetting van het leven.

Terwijl ik staar over de grafstenen word ik afgeleid door hun vormen, hun ouderdom en wat er op gebeiteld staat. Namen, data en ook hoop om elkaar ooit opnieuw te zien. Ik zit rustig op een bankje met een gevoel alsof ik een museum bezoek waar ik oude stenen bekijk. Leven is hier niet meer voor mij, die is vertrokken.

Het enige wat hier is achtergebleven zijn de natuurlijke overblijfselen van gestorven mensen, die na verloop van jaren veranderen in stof. Heb ik daar vrede mee? Kan ik hier vrede vinden?

Om met de eerste vraag te beginnen, ja, ik heb vrede met het gezegde dat we als stof terugkeren. We worden weer de stofdeeltjes die weg dwarrelen in de wind. Toen we nog als mensen rondliepen zagen we onszelf veel groter dan stof. We hadden een ik, een ego. We stelden iemand voor met een naam, een achternaam en een geboortedatum. We leefden met allerlei illusies over onze omgeving en onszelf die de fase van stofdeeltjes ver achter ons lieten. De vraag is natuurlijk: waren we ook echt meer dan stof?

Kan ik vrede vinden op een begraafplaats, heb ik het hier gevonden? Nee, ik vond een museum, waar mensen de laatste eer wordt bewezen door hun geliefden, hun aanbidders, hun familie en vrienden. En als ik hier zelf kom te liggen op mijn ‘laatste rustplaats’ denk ik niet dat ik me daarvan bewust zal zijn. Ook mijn lichaam zal vergaan tot stof en mijn ziel zal zijn vertrokken voordat ik hier naar toe wordt gebracht.

Blijkbaar is vrede veel meer omvattender dan rust. Mijn lichaam zal hier zeker rusten en passief zijn wanneer ik gestorven ben. Ik vermoed echter dat mijn ziel verder reist op zoek naar vrede.

 

Op zoek naar vrede (1)

Voordat ik verslag doe van mijn speurtocht naar Vrede wil ik eerst vertellen waarom ik daarnaar op zoek ben.

Vijftien jaar geleden klapte de bodem uit mijn leven toen ik van nabij dagelijks het sterven meemaakte van Ada. Hierdoor kantelde mijn leven en begon ik me langzaam te realiseren dat mijn werk eigenlijk van ondergeschikt belang is. Je neemt niets mee naar een volgend leven. Iedere prestatie die je hier levert, is van nul waarde voor waar je naar toe gaat. In het licht van de dood telt alleen liefde. Ik heb dat met heel veel pijn moeten leren. Daarna ben ik op zoek gegaan naar liefde, want dat is volgens mij het enige wat er echt toe doet. Ik vond deze liefde bij Marte.

Deze liefde was alles omvattend, daarbuiten bestond voor mij niets anders. Ik sloeg volledig door van harteloos, voordat ik Ada leerde kennen, naar een liefde-adept. Ik vergat dat er ook nog een medemens is, die ook liefde verdient. Ik werkte weliswaar in onze praktijk voor psychologie  door mensen te helpen, maar dat was puur beroepsmatig. De relatie ontspoorde door overbelasting.

Nu is er meer evenwicht gekomen in mijn liefdesleven. Dat heb ik ook dankzij Mirjam geleerd. Toch is er nog steeds iets onvervulds, een leegte die ik probeer op te vullen door bijna iedere dag sociale en politieke wantoestanden in de wereld te beschrijven in DLM. Op de een of andere manier is het net of ik iedere dag een emmer tot aan de rand met water vul en de volgende dag is deze al weer voor de helft leeg. Geen enkele dag is mijn inzet toereikend. Het lijkt alsof ik een emmer met water vul, die geen bodem heeft.

Blijkbaar probeer ik een emmer te vullen die nooit gevuld kan worden. Opnieuw ben ik iets aan het doen dat zinloos lijkt, maar ik weet, nee ik voel dat ik o zo dichtbij ben. Soms bespeur ik de aanwezigheid van iets dat mij rust zal geven in dat eindeloze streven naar rechtvaardigheid dat het schrijven voor DLM in feite is. Ik beschrijf het werken voor De Lange Mars weleens als een koorts die maar niet over gaat. Iedere dag, nu al weer enkele jaren achter elkaar, MOET ik gewoon schrijven. Het brandt als ik dat niet doe.

Blijkbaar probeer ik iets te blussen, of zo je wilt een dorst te lessen die onverzadigbaar is, of richt ik mijn inzet op het symptoom in plaats van op de oorzaak.

Juist, dan ben ik er.

Het symptoom dat ik dagelijks probeer te bestrijden is onrecht en onrechtvaardigheid van een kleine groep mensen die de rest van de bevolking onderdrukt en in slavernij houdt (financieel / economisch).

De oorzaak is dat ook deze kleine groep mensen verleerd is met liefde naar zijn medemens te kijken. Pas als zij vrede met zichzelf krijgen, zullen zij in de piramide vredig met de rest van de mensheid willen en kunnen samenwerken.

Deze oorzaak moet ik dus laten zien. Er kan eindeloos veel liefde tussen mensen zijn, maar deze is ondergesneeuwd geraakt door conflicten tussen arm en rijk, sociale klassen, groepen, landen en machtsblokken. Ieder conflict hoe groot ook, heeft als basis het conflict van een mens met zichzelf. Daar ligt de fundering.

Om vrede te kunnen vinden moeten we dus eerst naar de conflicten die mensen zelf teisteren. Deze zijn helaas vaak onzichtbaar. Heel veel mensen ontkennen hun negatieve emoties, willen het niet weten of houden dit verborgen voor anderen.

In mijn streven de oorzaak zichtbaar te maken en te laten zien dat vrede dan binnen handbereik is, ben ik begonnen in de kerk. Daar speelt een groot deel van het gevoelsleven van mensen zich onzichtbaar af: we noemen het geloof en het is al eeuwenlang een haard van oorlogen en twisten.

In de Dom van Utrecht zit ik onder het machtig orgel. In Utrecht zijn  ettelijke vredesovereenkomsten  ondertekend. De Dom organiseert maandelijks de ‘Nacht van het Licht’.

20161001_112825 20161001_110203

Ook ben ik even verderop onder gehoorsafstand van de Dom in de St Willebrord kerk. Een prachtige kerk die in de 19e eeuw gebouwd is. Een parel met prachtige versieringen. Hier kijk ik in de kaarsjes die zijn aangestoken bij Maria.

20161001_115638

Aan de ene kant gaat er iets rustgevends uit van een kerkgebouw. Een enorm hoog gebouw dat zo hoog mogelijk reikt naar God. Aan de andere kant straalt een kerk macht en kracht uit, die het als instituut al eeuwen gebruikt. En zeker niet altijd in het voordeel van de gelovigen, als je terug denkt aan de vervolgingen van niet gelovigen die als ketter in de ban werden gedaan.

Ik ben onder de indruk van de afbeelding van Maria in de St Willebrord. Al vermoed ik dat dit meer te maken heeft met mijn eigen ervaringen met kerken. In een vorig leven woonde ik in Vlaanderen, ik leefde met Marte die kerken adoreert. In iedere plaats waar we op vakantie kwamen, wilde zij in ieder geval ergens in een kerkje een kaarsje gaan branden. Dat vond ik in eerste instantie een merkwaardige gewoonte, als gedoopt en gevormd in de Nederlands Hervormde Kerk (Gereformeerde Bond). Later begon ik dat meer en meer te waarderen. Het heeft iets nederigs en eerbiedigs dat mij bevalt.

Als ik aan de kerk denk komt een soort rust over me. En via deze rust probeer ik vrede zichtbaar te maken?

Zittend op een bankje in de Rooms Katholieke kerk, kijkend naar Maria en de voor haar aangestoken kaarsen laat mij niet ongeroerd. Wat ik zeker weet is dat vrede verder gaat dan oude herinneringen ophalen. Ik weet dat het verder reikt, maar ik mis nog iets. De kerk als beeld is niet genoeg om vrede te laten zien die in elk van ons hart leeft.

Ik speur verder. Ik neem me voor om naar de dienst van het licht te gaan in de Utrechtse Dom.